Controle

Met een lichte duizeling in mijn hoofd en met een klein trillend handje, laat ik de afstandsbediening van de auto mijn deur openen. Ik stap in, start dat zwarte ding en rijd weg. Rustig, ik heb alle tijd, ik vertrek weer veel te vroeg. Maar dat maakt niet uit. Voor dit soort dingen moet ik de tijd nemen, alle tijd. Hiervoor heb ik rust nodig en geen stress. Ik ben onderweg naar mijn halfjaarlijkse controle. Shit, daar gaan we weer.

Het verleden komt tijdens deze autorit weer wat naar boven. De nare herinneringen die ik zo keurig weggestopt had, ploppen op, terwijl ik de oprit afrijd ;-).

Het jaar 2018 zat netjes in bubbeltjesplastic verpakt en het hele zooitje staat tegenwoordig helemaal op de zolder. Jazeker… ik ben aan het opruimen geweest, lieve mensen. De volle kasten zijn geleegd en alle herinneringen staan keurig gelabeled en dichtgetaped zo ver mogelijk weg. Sticker erop, doosje dicht, klaar.

Op dit soort dagen worden de doosjes van de zolder even geopend. Pittig, dat zeker. Mijn emoties schieten alle kanten op. Tranen branden achter mijn ogen, maar hey echte stoere mama’s huilen niet he?! Natuurlijk ben ik blij dat ik nog rond sjees in dat kleine zwarte autootje van me, maar ik ben ook verdrietig… verdrietig om alles wat gebeurd is. Maar zeker ook heel gelukkig met waar ik nu sta en trots op wat ik bereikt heb, ja dat ook. Heel ingewikkeld allemaal.

Ik draai de ‘rondweg’ 😉 van Gouda op. Het is net elf uur geweest. De DJ op de radio kondigt het nummerrrrrr van de week aanaanaaanaan… ‘Kom we gaan’. Guus Meeuwis zingt en ik huil, dikke tranen, ik ga ook… ooit… iedereen…

Waar we gaan, dat maakt niet uit
Waar we staan, dat maakt niet uit
Zolang we samen zijn maakt het niet uit

En waar we gaan, en waar we gaan
En wat en hoe, en waar naartoe, het maakt niet uit
We bouwen een toekomst met een beetje verleden
Geef mij je hand, wees maar niet bang


Op het moment dat ik naar dit nummer luister zie ik dat er voor het crematorium een file is ontstaan. Ik kan het beeld van mijn begrafenis voor nu wegstoppen in mijn kast en ik rijd rustig door naar mijn afspraak, naar het ziekenhuis, naar mijn oude vriendinnen. De verpleegsters die zo ontzettend begaan waren, lief en kundig waren die ga ik nu weer zien.

Ik parkeer mijn auto op mijn plekkie. Het plekkie waar ik een jaar lang oh zo vaak mijn auto heb gestald. Met dezelfde plakhandjes loop ik richting ziekenhuis. Eenmaal binnen loop ik door de lange gangen en let ik niet op routenummers, want ik ken de weg. Ik kom langs alle bekende plekken, waar nu andere patiënten zitten, die op hun beurt goed of slecht nieuws gaan krijgen. Niet aan denken EM, gewoon doorlopen, hup die lift in. Naar de vijfde etage… omhoog ASAP, naar bekend terrein.

Als ik de lift uitloop voel ik me weer een beetje thuiskomen. Dezelfde lieve verpleegsters lopen daar rond, dezelfde swiffermeneer veegt de vloer schoon met een megaswiffer ( waar koop je die dingen eigenlijk, lijkt me i-de-aal voor thuis) . De secretaresse van de oncologieafdeling begroet me met een grote lach en een heel lief, gezellig, inclusief persoonlijk praatje.

Nadat ik het goede nieuws heb mogen ontvangen van mijn oncoloog, mijn rapportcijfers waren weer meer dan voldoende, loop ik met een grijs achter mijn masker terug de lange gang door. Weet je wat? Ik neem de trap wel! Vijf verdiepingen stuiterend naar beneden. Hoppa! Buiten laat ik de zon op mijn gezicht schijnen, heerlijk die warmte. Ik loop naar mijn plekkie en zie dat de madeliefjes in het gras zijn gaan bloeien terwijl ik binnen zat. Ja, knap toch? Toen ik heen liep waren ze er nog niet (lees ik heb ze niet gezien, er hing een donderwolk boven me)! Nu staan er duizenden.

Weet je wat? Ik ga lekker koken vanavond, een feestmaal, het is een feestje iedere dag. Zingend loop ik nog even de supermarkt in. Ik koop het lekkerste van lekker, we vieren de dag van vandaag.

Even later bereid ik fluitend de overheerlijke feest maaltijd. En dat voor een doordeweekse dag. Ze boffen! Ik roep jut en jul om te eten… ‘Wat eten we?’ krijg ik terug. ‘Lekker zalum met tagiatelle!’ roep ik nog enthousiast terug. ‘Gadver, zalm dat lust ik niet, mag ik dat laten liggen?’ zegt de oudste. ‘Gadver tagiatelle, dat lust ik niet, ik eet alleen spaghetti.’ zegt de jongste. Ach, ik heb voor hetere vuren gestaan vandaag…


Schuiven naar boven